Zaterdag 4 oktober 2026 ben ik weer met WIEGO naar wandelsportver. V T M te Maassluis geweest om deel te nemen aan de 40ste Furiademars. Ik ging voor de afstand 20 km. Het was een mooie en leuke wandeltocht.
Alles was goed gepijld. Wij kwamen rond 10,30 uur met de bus aan bij de start- en finishplaats in het wandelsportcentrum van V.T.M. Ik was bij het naar de bus lopen tot ontdekking gekomen dat dat ik mijn telefoon niet bij had. Ook dat was geen ramp. Heerlijk rustig. Er was ook een leuke eerste rust. Dat was bij De Weij. Daar een kopje koffie gedronken en weer verder. En na 13 km was er nog een rust bij café Het Wapen van Maasland in (hoe raad u het) Maasland. En ja, op het laatste stuk liepen we door Klein Huis Te Velde. Dat was een vervelend pad, maar het is wel een mooi wandelgebied, als je goed kan zien. Wij waren rond 16,00 uur weer binnen. En ik was om 18 00 uur weer thuis na een bonuszomerdag in de herfst.
Inge Mol – van Egmond.
De zeesleepboot “FURIE”
Op zaterdag 3 oktober jl. heeft WIEGO deelgenomen aan de Furiademars te Maassluis. Deze wandeltocht wordt gelijktijdig met de plaatselijke Furiade georganiseerd. Deze Furiade is een braderie rond de maritieme activiteiten in en rond Maassluis en ontleed zijn naam aan de zeesleepboot Furie.
De “Furie” “has come a long way”, zoals men in het Engels zegt. Haar levensloop begon in 1916 bij de “Scheepswerven v.h. Gebr. G & H. Bodewes”, gevestigd te Martenshoek in de provincie Groningen. Ze was een open brugsleepboot met één mast en de werf bouwde haar op eigen risico. Men mikte eigenlijk op de Duitse markt, maar middenin de Eerste Wereldoorlog betekende dit een uitvoerverbod. De sleper lag daarom ruim één jaar voor de kant als “Bodewes VI”.
In 1918 werd ze uiteindelijk verkocht aan de papierproducent “Holmen Bruks & Fabriks AB” in Norrköping, Zweden. Om te laten zien dat ze een neutraal schip was, droeg ze, tijdens de tocht naar Zweden, in grote letters “Sverige” (Zweden!) op de romp. De ‘Bodewes VI’ kreeg in Zweden de naam ‘Holmen III’. Onder deze naam sleepte ze van 1918 tot 1969 (vooral) houtvlotten over de Oostzee. In de bosbouw in die tijd was het de gewoonte om gekapte bomen in de rivier te gooien. Ze dreven dan met de stroom mee naar de monding. Daar werden ze verzameld, en met speciale kettingen en haken maakte men er vervolgens vlotten van. Die vlotten, elk zo’n 300 m3 hout, werden aan elkaar gebonden en een sleper bracht ze dan vanuit Noord-Zweden of Finland over de Oostzee naar de papierfabriek in Norrköping of Hallstavik. De ‘Holmen III’ sleepte maximaal zo’n dertig vlotten, oftewel 9000 m3 hout. Dat betekent dat een sleep wel zo’n 400 meter lang kon zijn!
In de jaren zestig begonnen transport via trein en vrachtwagen het houttransport over water echter te verdringen. Er was dus minder emplooi voor schepen zoals de ‘Holmen III’. Haar toenmalige kapitein, Gustav Åkerlund, kocht haar vervolgens, en heeft er tot 1976 mee gevaren in de omgeving van Stockholm. De ‘Holmen III’ werd omgedoopt tot ‘Holmvik’. Ook het uiterlijk van de sleper veranderde in de loop der tijd. Dat begon al in 1920. Op een werf in Polen overdekte men de open gangboorden op het hoofddek. Zo ontstonden ook de nog steeds aanwezige walegangen. In de jaren vijftig kreeg de sleper er een tweede mast bij. Dat leidde tot het uiterlijk, die de “Furie” nog steeds heeft.
Het schip meet 158 brt (bruto-registerton), is 30 meter lang, 6 meter breed en steekt 3 meter diep. De technische installaties stammen allemaal nog uit 1916 en zijn van Nederlandse makelij. Origineel zijn o.a. nog de stoomstuurmachine, de ankerwinch, de door stoom aangedreven triple-expansiemachine van 450 IPK, de ketel en de sleeplier. De enige grote verandering die de “Furie” verder heeft ondergaan, is de overgang van kolen- naar oliestook in 1957.
In 1976 wilde de AVRO het boek “Hollands Glorie” (1940) van Jan de Hartog bewerken tot een televisieserie. Daarvoor had de omroep, naast 64 acteurs en actrices, een nog originele stoomzeesleper nodig. Die was er in Nederland echter niet meer. Er bestonden nog wel enkele stoomaangedreven havenslepers, maar die waren niet geschikt voor de rol. Via de Internationale Sleepvaart Hobbyclub ontdekte de organisatie echter dat er nog een oude stoomzeesleper in het watergebied van Stockholm opereerde. Een foto van de “Holmvik” overtuigde regisseur Walter van der Kamp. Hij wist meteen: “Dit is de sleepboot die nodig is voor Hollands Glorie.” De sleper werd aangekocht en overgevaren naar IJmuiden, waar ze op 30 april arriveerde. Daar rustte men haar uit voor haar nieuwe taak als televisiester. Dit betekende onder andere dat de radarinstallatie werd verwijderd en een beting werd geplaatst. Na zo’n zes weken hard werken werd de sleper naar Castletown, Bantry Bay, in Ierland gesleept, om te beginnen met de opnamen in volle zee. Hier kwam de sleepboot eerst als “Jan van Gent” en later, na enkele aanpassingen, als “Furie” in actie. In totaal voer ze daar zeven weken onder stoom. Terug in Nederland maakte men ook nog opnames op het IJsselmeer.
De succesvolle serie “Hollands Glorie” liep van eind 1977 tot begin 1978 en werd herhaald in 1982. De naam “Furie” is blijven hangen, de sleper vaart nog steeds onder die naam.
De basis voor de televisieserie, het boek “Hollands Glorie” (1940), vertelt het levensverhaal van Jan Wandelaar. Deze jongeman begon in 1906 als matroos op de zeesleepvaart, die toen net uit de kinderschoenen kwam. In 1908, het jaar waarin het boek opent, is Jan inmiddels opgeklommen tot stuurman en begint hij aan zijn eerste grote sleep. Maar voor hij vertrekt, trouwt hij nog even met “zijn” Nellie. In de loop van het verhaal wordt Jan Wandelaar een internationaal vermaard kapitein. Maar voor het zover is, overkomt hem nog een hele hoop ellende. Hij moet zware tegenslagen incasseren, zoals uitzuigerij door de reders en de dood van zijn vrouw na de geboorte van hun tweede zoon. Hij komt zelfs in de gevangenis terecht, nadat hij de onderdirecteur van een rederskantoor in elkaar slaat. Terug uit de gevangenis richt hij vervolgens zijn eigen succesvolle zeesleepmaatschappij J. Wandelaar & Co op. Zo laat hij zien dat hij er niet onder te krijgen is.
Vanaf laat in de negentiende eeuw tot in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw is Maassluis de belangrijkste uitvalsbasis geweest van de stoom- en motorzeeslepers van L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst, later Smit Internationale. Toen er dan ook in 1977 een nog varende stoomzeesleper op de televisie verscheen was het logisch dat er pogingen werden ondernomen dit schip naar Maassluis te halen om zo te kunnen laten zien hoe het er vroeger op stoomzeeslepers aan toe ging. De “Furie” was na afloop van de televisie-opnamen in 1976 verkocht aan “Handels Mij. Heise” in Zaandam. Daar lag ze een jaar lang stil, tot de Maassluizers kwamen kijken of de sleper misschien te koop en nog te restaureren was. Toen dit het geval bleek, ging het razendsnel. Een stichting werd opgericht en certificaten van deelname werden uitgeschreven.
Aangezien de serie nog op televisie was, kwam er in korte tijd veel geld binnen. De “Furie” kon gekocht worden. Op 17 februari 1978 arriveerde de oude dame in haar nieuwe thuishaven. Op 15 februari 1978 ondertekenden de deelnemers van het eerste uur de statuten van de “Stichting Hollands Glorie”. Zo begon een stichting met als doel: “De totstandkoming en instandhouding van een varend en werkend museum op het gebied van de stoomzeesleepvaart in de ruimste zin van het woord”. Op dezelfde dag ondertekende men ook het koopcontract voor de sleper. Daarmee werd de “Furie” meteen eigendom van de gloednieuwe stichting. Twee dagen later, op 17 februari, om 16.00 uur, werd de “Furie” haar nieuwe thuishaven Maassluis binnengesleept. De restauratie ging van start. Sindsdien stelt de Stichting Hollands Glorie zich ten doel de “Furie” vaarklaar te houden, haar open te stellen voor bezichtiging én haar zoveel mogelijk in originele staat terug te brengen.

