Struinen door de duinen

Struinen door de duinen

WIEGO ging op zaterdag 1 augustus jl. met een bus naar Vlissingen om daar als verenging deel te nemen aan de Duin en Strandtocht van wsv. D.V.T. (De Vrolijke Tippelaars). De bus was goed gevuld met 44 wandelaars. Daarbij was ikzelf, want ik had besloten om deze tocht te gaan lopen.

Rond kwart over 10 werden wij door chauffeur Piet afgezet aan de Bosweg, waarna hij met een deel van de leden doorreed naar de oorspronkelijke startplek, de horecagelegenheid Kanovijver. Deze is alweer een aantal jaren gesloten en afgezet met hekken. Maar voor een deel van de wandelaars was dit een herkenbare plaats en niet te ver van het strand. De overige leden liepen naar de voetbalkantine waar de officiële startplek was. Daar werden wij hartelijk ontvangen voor de organiserende vereniging. Na de inschrijving en een kop koffie ging ik samen met Hans op pad om de afstand 20 km te lopen. De routemarkering was dit jaar duidelijker dan voorgaande jaren. DVT makte nu gebruik van dezelfde pijlen als WIEGO heeft aangeschaft. Dat waren gele pijlen met het rode verenigingslogo. Hoewel de naam van de tocht luidde: Duin en Strandtocht, was het nu een Strand en Duintocht.

Vanaf de start was het ruim een kilometer lopen voordat wij het eind van de boulevard bij het windorgel bereikten. Daar gingen wij direct het strand op, zij het dat dit het zogeheten Nollestrand is, waardoor wij na een paar 100 meter weer een dijk moesten oversteken om op het vervolg van het strand richting Zoutelande te komen. Dit strand en de duinen wordt tegen afslag door de zee beschermt met zogeheten strandpalen of paalhoofden. Dat zijn dubbele rijen houten palen die om de ca. 100 meter het water ingaan. Het was op dit moment eb en soms kon je daardoor tussen het water en de palen over het strand lopen en je er niet doorheen wringen.

Halverwege Zoutelande zagen wij aan het eind van zo’n palenrij een groepje mensen staan. Wat bleek: ca 3 meter van de waterlijn lag een zeehond. En hoewel het advies is om ca. 30 meter afstand tot deze dieren te houden, stond dit groepje er maar ongeveer 5 meter vandaan. Wij zijn dus maar achter het groepje omgelopen. Het was nog niet druk op het strand terwijl het zonnetje al aardig scheen. Maar de meeste toeristen die wij op de weg richting zee hadden zien rijden, moesten zich nog installeren in hun zomerhuisjes. Later in de middag verschenen zij pas op het strand. Bij Zoutelande staken Hans en ik de zeedijk over naar het centrum van deze plaats. Er was weer de jaarlijkse rommelmarkt. En bij de boekenkram zag ik twee boekjes over de voormalige tram op Walcheren liggen. Eén heb ik zelf. Ik twijfelde over de ander, maar wij liepen door naar de Babbel om wat te drinken en te eten. Daarna verder gelopen door het dorp en tegelijk toch maar dat andere boek gekocht. Het paste gelukkig in mijn heuptas.

Vorig jaar zijn Solveig en ik twee maal fout gelopen omdat wij de markering niet zagen of omdat die ontbrak. Met deze nieuwe pijlen zag ik in de Duinstraat direct waar wij toen verkeerd waren gegaan. Verderop in de duinen passeerden wij Jacques en Toon die net opstonden om verder te lopen. In de verte zagen wij Carla, Liévine en Ria lopen. Die bleken ook samen met beide heren op dat bankje te hebben gezeten, maar waren eerder vertrokken. Het duinpad hobbelde nu van hoog naar laag en omgekeerd. Vooral dat steile omhooggaan heb ik inmiddels problemen mee. Op een gegeven ogenblik zag ik weer zo’n steile klim, maar ook een trap omlaag. Dus ik vertelde Hans dat ik omlaag ging en hem verderop bij een afsluithek zou opwachten. Hans ontmoette mij echter eerder. De route leidde een stuk verderop ook omlaag via een trap en hij zag mij aankomen. Samen konden wij weer verder. Op dat stuk zag ik waarom ik vorig jaar ook daar van het parkoers raakte en pas bij Dishoek weer in de duinen kwam. Bij het voormalige ‘watermachien’ hing nu duidelijk een pijl rechtsaf. Hier weren de duinen minder hobbelig en ging het wandelen een stuk prettiger.

Inmiddels was de temperatuur en de zon flink aan het stijgen, wat ook voor pufjes zorgde. En vanaf de duinen hadden wij ondertussen niet alleen een mooi uitzicht over het eiland Walcheren, maar ook over het strand, dat nu een stuk drukker was dan een aantal uren eerder. Bij het bereiken van de rand van Vlissingen verlieten wij de duinen en liepen nog een paar kilometer door de bebouwing en parken. Daar haalden wij nog Lydia en Ria in. Beide dames zijn al op leeftijd dus hun wandeltempo ligt een stukje lager. Mooi op tijd waren Hans en ik terug op de finish. Er moesten nog een paar wandelaars binnenkomen, hoorden wij.

Totaal waren er 91 wandelaars gestart, waaronder WIEGO met 44 leden. Dat betekent dat er dus maar 47 inschrijvingen waren geweest als WIEGO niet was gekomen. Maar de organisatie was er tevreden mee. Piet liep intussen naar de bus om de deelnemers bij de Kanovijver op te halen. Bleek dat de helft van onze leden bij de Kanovijver stond en de rest bij de officiële start- en finishplaats. Ik begreep van het bestuur van WIEGO dat men er over denkt om er een volgende keer weer een ouderwets jaarlijks uitstapje van deze tocht te maken, zodat deelnemers ook eventueel in zee kunnen zwemmen (moet het wel mooi zonnig weer zijn), naar de binnenstad te gaan of over de boulevard te lopen. De reis naar huis verliep weer vlot met de kundige handen van Piet aan het stuur en mooi op tijd kwamen wij aan bij de diverse uitstapplaatsen.
W.A.N. de Laar.