Inmiddels is de maand maart begonnen en gaan we richting de lente. Binnenkort is de winterperiode achter de rug. Een periode waarin WIEGO wandeltochten organiseert die betrekking hebben op deze periode. Denk maar aan de namen: Winterserietochten, Oliebollentocht en Snerttocht. Maar niet alleen de winteractiviteiten van WIEGO en andere wandelorganisaties zijn (bijna) achter de rug. Er zijn uiteraard nog veel meer winter gerelateerde sporten.
Zo hebben we net de Olympische Winterspelen achter de rug. En dan kom je daardoor meteen op twee zaken die daar toch onlosmakelijk mee verbonden zijn: ‘Sport en politiek dienen gescheiden te blijven’ en ‘Sport verbroedert’. Om met dat laatste te beginnen. De een had van wintersporten zoals schaatsen en skiën. De ander ziet meer uit naar de zomer met zwemmen, maar ook voetbal, wielrennen en noem maar op. De eerste groep heeft waarschijnlijk dagenlang aan de buis gekluisterd gezeten om te genieten van de winterspelen, terwijl de ander dat niet zoveel zegt. Dan klinkt het uit hun mond “Leuk dat Nederlandse deelnemers een medaille winnen”, en daar blijft het dan bij. Maar bij deze spelen komen sporters uit de hele wereld bij elkaar om zich met elkaar te meten en zijn daarbij sportief bezig om hun land trots te laten zijn op hun topprestaties. En dan is het jammer als de politiek om de hoek komt kijken en er op hoger niveau tweedracht gaat ontstaan waar de sporters bewust of onbewust de dupe van kunnen worden.
Maar politiek is onmiskenbaar verbonden met de sport. Denk maar aan de verkiezingsprogramma waar de ene politieke partij meer aandacht besteed aan beweging, leefstijl, maar ook aan kansenongelijkheid. Sport is belangrijk voor onze maatschappij. Het zorgt enerzijds dat we een goede conditie opbouwen. En dat is belangrijk in ons werk. Minder ziek is productiever. Anderzijds zorgt het ook voor sociale contacten, waar iedereen voordeel uit kan halen. Kijk maar naar onze wandelsport.
Het is een laagdrempelige activiteit waaraan de directeur van een bedrijf meedoet, maar ook de fabrieksarbeider, de ambtenaar, de kantoormedewerker en de landarbeider. Daar kunnen zij elkaar ontmoeten en contacten maken en informatie uitwisselen. Zeker onder het wandelen gaat dat makkelijker dan bijvoorbeeld in een teamsport zoals voetbal. Daar komt het sociale leven pas tot stand in de kantine na afloop van de wedstrijd. Uiteraard gaat er in de sport wel eens wat mis. Denk maar de ‘korte lontjes’. Maar in veel gevallen gaat toch wel het gezegde op: “Sport verbroedert”.

