2009-02-14 Snerttocht

18e Snerttocht W.I.E.G.O. in Prinsenbeek

Op zaterdag 14 februari 2009 hield W.I.E.G.O. de 18e snerttocht, die steeds meer in de belangstelling van de wandelaars komt. Er waren nu 523 deelnemers, hetgeen het hoogste aantal is, dat ze gehad hebben.

De start was vanuit de RK Basisschool “De Griffioen”, Schoolstraat 45 te Prinsenbeek. Het startsein werd om even voor 09.00 uur gegeven. Na het vertrek ging het bijna rechtstreeks naar het Liesbos, dat geheel doorkruist werd. De wandelpaden waren, nu ze merendeels bevroren waren, beter om te wandelen dan de voorafgaande jaren. In voorafgaande jaren waren er erg veel modderpaden geweest. Na het Liesbos doorkruist te hebben, ging het weer terug naar Prinsenbeek, waar een rust gepland was in café “’t Veehandelshuis”, waar men al bezig was zich op het komende carnaval voor te bereiden. Na de rust ging het via de Brabantstraat weer terug het Liesbos in. Dit werd weer geheel doorkruist en omdat er vele lange lanen zijn, zag men steeds weer wandelaars, die al eerder of later vertrokken waren. De wandelaars kwamen tegenover de Groenstraat het bos weer uit en na nog even door de bebouwde kom gewandeld te hebben, kwam men terug bij het vertrekpunt, waar de lekkere gloeiend hete erwtensoep weer klaar stond.

 Bram Kamerling (64) en Jo Blokpoel (63) zijn in 1976 met wandelen begonnen. Ieder weekend gaan ze wandelen en dat gaat dan met tochten van 15 tot 40 km. De af te leggen afstand hangt af van de afstand die ze moeten afleggen om aan een wandeltocht mee te kunnen doen. Ze moeten wel veel wandelen, want ze wandelen ook de 4-daagse in Nijmegen. Deze Snerttocht in Prinsenbeek vonden ze prachtig, vooral omdat ze bijna uitsluitend in het bos wandelden. Ook aan de overige wandeltochten van W.I.E.G.O. nemen ze regelmatig deel, maar dan is de start in de Viandenlaan in Breda. Jef Maanders

2009-02-07 3e Winterserietocht

3e WINTERSERIETOCHT 2008-2009

 

Op zaterdag 7 februari jl. kwamen zo’n 340 wandelaars naar clubgebouw “Schuttershof” van gastheer Handboogschutterij “Prins Hendrik” om deel te nemen aan de 3 tocht van de 37e Winterserie-wandeltochten van WIEGO. Dat was minder dan verwacht, maar werd veroorzaakt door het slechte weer ’s morgens.

Om even voor negen uur gingen de eerste deelnemers op de afstanden 40 en 25 km vol goede moed van start. Een half uur later werden zij gevolgd door de wandelaars op de afstanden 5, 10, 15 en 20 km. Na de start vanaf de Viandenlaan ging men langs landgoed Wolfslaar naar het Ulvenhoutsebos. Al naar gelang de afstand liep men sneller of minder snel naar de rustplaats in het gezellige café Christianen in Ulvenhout. De langere afstanden moesten door het Annabos, waar een enkeling het geluk had om twee reeën op korte afstand te zien passeren.Ook kwam men langs landgoed Valkenberg en hierna was een verzorgingspost waar koffie en thee was. Hierna ging het langs het landgoed Hondsdonk naar de Strijbeekse Heide. De afstand 20 km ging inmiddels via landgoed Luchtenburg terug naar de Heistraat. Vooral het Rondven bood een prachtig uitzicht. Jammer dat het dooide en er dus geen ijs meer was. Ook was hierdoor de bovenlaag van de zandpaden zacht en modderig. Hierna ging het via de Markweg richting Galder. De afstand 40 km gingen hier echter de grens over en liep een paar kilometer door buurland België. Voor sommigen was dit een thuiswedstrijd. In Meersel Dreef liep men langs “de paters”en Maria’s tuin en ook langs het voormalige tramstation aan de Oude Tramweg. Hierna werd Neerlands bodem weer bereikt, wat duidelijk werd door de aanwezige grenspaal. Via de Kerzelsweg en de Ballemanseweg werd Galder bereikt, waar het rustpunt voor de afstanden 25 en 40 km was in Ontmoetingscentrum “De Leeuwerik.

Na deze rust liep men via onverharde wegen, waarbij de Galderbeek werd gekruist en ging men om de Galderse Meren heen naar de Galderseweg. Hier was een buizerd bezig op jacht naar een prooi en was voor de 40 km-afstand een verzorgingspost, waar men een beker bouillon kreeg. Hierna passeerde men het kerkje van Galder op weg naar het fietspad langs rivier De Mark. Via de Daesdonckseweg en de Cauwelaerseweg, waarbij het nieuwe bruggetje over de Chaambeek werd gekruist, liep men nu naar de Annevillelaan, waar voor de afstanden 25 en 40 km een verzorgingspost, waar men een appel kreeg. Via landgoed Annevillen en de woonwijk Kraaijenberg werd het Ulvenhoutsebos bereikt en kwam men in Ulvenhout om bij café Christianen een opkikkertje te gebruiken. Hierna werd nog een klein ommetje gemaakt door het Ulvenhoutsebos en langs het verbouwde voormalige gemeentehuis van Nieuw-Ginneken. Daarna kruiste men bij De Bieberg de rivier De Mark en werd deze gevolgd om tenslotte in het Ginneken langs de mooie Hervormde kerk en over de pittoreske Ginnekenmarkt terug naar de finish te gaan.

Omdat het aan het eind van de ochtend ophield met regen en natte sneeuw, kwamen de wandelaars tevreden terug, Ook lieten zij bij terugkomst de mensen achter de starttafel merken dat zij het afwisselende landschap van bossen, heide, bouwland en rivier heel mooi hadden gevonden. De deelnemers kwamen niet alleen uit Breda en omgeving. Ook uit alle delen van Noord-Brabant, het eiland Walcheren, Schouwen-Duiveland, Gouda, Dordrecht, Rotterdam en omgeving kwamen de wandelaars. Maar ook van nog verder weg. Zoals de lopers uit 3 wandelaars uit Haarlem, twee uit Utrecht, één uit Sittard, twee uit Apeldoorn, één uit Almere en zelfs vier uit Lichtenvoorde en natuurlijk 17 deelnemers uit ons buurland Belgié.

Tegen half zes kwamen de laatste wandelaars zich afmelden en was het wachten alleen nog op de drie leden die achter de laatste wandelaars de pijlen verwijderden. Nadat ook zij binnen waren, konden de medewerkers op het startbureau alles opruimen en met tevreden gevoel naar huis gaan.

Hans van der Bruggen

3e Winterserietocht 2008/2009

WINTERSERIETOCHT TE BREDA

 

De wintermaanden kunnen mij toch al niet veel goed doen. En vooral niet als het nog regent ook. Als we om tien voor negen het knusse en gezellige clubhuis van WIEGO verlaten, regent het. Niet met bakken uit de hemel, maar genoeg om er in de kortste keren strontnat van te worden. Eigenlijk had ik voor een andere tocht gekozen, maar in ons groepje is het de meerderheid die beslist en daar heb ik mij dan bij neer te leggen. We vertrekken in zuidelijke richting en ik probeer Nel tot een gesprek te bewegen. Nel, diep weggedoken onder haar paraplu, doet net of zij doof is en laat mij in de ruimte kletsen. Ook de anderen geven niet veel sjoege. Ik, als altijd optimistisch gestemd, heb de paraplu thuis gelaten in de verwachting dat het wel mee zal vallen. Niet dus, althans voorlopig niet.

 

Het wordt iets beter te verteren als we na enkele kilometers het bos induiken en van de regen in de modder terecht

komen. Hier heb je niets aan zo’n regenscherm. Het is manoeuvreren en springen om de schoenen enigszins te ontzien. Als gebruikelijk bij WIEGO is de routeaanduiding prima geregeld en zonder mankeren zigzaggen we door de bossen over paden en wegen. Eerst in de richting van Ulvenhout en Geersbroek, later in die van Chaam. We worden steeds verder de zuid ingeleid en we vragen ons af waar dat naar toe moet. Volgens Bram en Hennie is het een parkoers dat we nog niet kennen. Ik twijfel nog. Sommige plekken komen toch bekend voor en andere weer niet. Het zal wel goed zijn. Bij de wagenrust op acht kilometer laten we ons even in de stoelen zakken om met een bekertje thee weer op verhaal te komen. Het regent nog steeds, maar er komen lichte plekken in de overigens grijze lucht. Net vóór we de Belgische grens oversteken houdt het inderdaad op met de nattigheid en kunnen we vrijer rondkijken. Je ziet de mensen naar hun achterzak tasten om te voelen of het paspoort er nog inzit. Alsof de gendarmes hier tijd voor hebben. Zij zijn veel te druk met de voorbereidingen voor carnaval. In Meerle staat de hele Raad van Elf gereed om hun Prins te begeleiden naar één der vele activiteiten. Zij staan er gekleurd op. De Prins, behangen met alle mogelijke onderscheidingen, poseert graag voor een foto. We lopen niet erg lang door het land van onze zuiderburen, enkele kilometers slechts, maar we houden er vele indrukken aan over. De grensovergang naar België is goed merkbaar aan vooral de andere bouwstijl dan de onze. Andersom is het niet zo goed te zien. Dus voor alle zekerheid vraag ik het nog even aan een schone jonge dame. Erg spraakzaam is zij niet, maar ik begrijp uit haar gebrabbel dat we ons op Nederlands grondgebied bevinden. Het zal in de buurt van Hazeldonk geweest zijn. We lopen weer enigszins in noordelijke richting en dat is te voelen ook. Een snijdend koude wind komt ons tegemoet. Af en toe prikt er een waterig zonnetje door de wolkenjagende lucht, maar erg warm is het niet. In Galder, bij “de Leeuwerik” is de grote rust gepland en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van. Echt zin heb ik er niet meer in, maar ik heb “a” gezegd en daar mag het niet bij blijven. Bij het verlaten van de rustplek kijk ik een beetje jaloers naar de 25-km lopers, die hier rechtsaf slaan en niet zo heel veel meer voor de boeg hebben. Wij gaan naar links en verdwijnen rechtsafslaand het bos in. Ik bereken in stilte onze tijd van aankomst. Een veeg teken van opkomende vermoeidheid.

 

Bram draaft weer eens door over de financiële crisis en de mogelijke gevolgen voor zijn portemonnee. Hij wordt er helemaal opgewonden van en gaat steeds harder lopen. Nel loopt meest zwijgend naast mij voort en is met haar gedachten bij haar Piet en het eten dat hij voor haar heeft klaar staan bij thuiskomst. Arie loopt onverstoorbaar met de handen op zijn rug voort alsof hij een kuiertje aan het doen is. Ook Nico zegt niet veel. Hij had liever nog iets meer voortgang willen maken. De bospaden hebben plaats gemaakt voor bolstaande asfaltwegen. Om de paar minuten worden we naar de kant gedrukt door het snelverkeer dat meent dat het meer aanspraak mag maken op de openbare ruimte. Als wandelaar doe je er niet veel tegen. Je gaat aan de kant en loopt een poos scheef en ongemakkelijk. De vermoeidheid slaat toe en de lust verdwijnt. We zijn het erover eens dat het eerste gedeelte beter uit de verf komt dan het stuk na de grote rust.

Bij de wagenrust aan de Galderseweg zijg ik neer en heb het gevoel niet meer overeind te kunnen komen. Maar als mijn maten opstaan, volg ik gedwee. We keren terug naar Galder en dat maakt het er niet veel beter op. Het pad langs de oever van een riviertje brengt weer voor even rust in het lijf. Ik fleur op en krijg zelfs weer praatjes. Niet voor lang, want de verharde wegen met opdringerige auto’s en modderspatten verpesten de sfeer. Bij de laatste wagenrust aan de Annevillelaan met nog 7 km te gaan, zakt de moed mij echt in de schoenen. Ik stel voor om met de 25 km-lopers mee te gaan voor het laatste stukje. Maar ik krijg geen medestanders en sjok dus maar weer achter mijn maatjes aan. We lopen in de richting van Ulvenhout. We genieten toch nog van het prachtige koetshuis van Anneville. De zon breekt zelfs even door en zet alles in stralende gloed. Het tempo is er uit en met lopen heeft het niet veel meer van doen. Ik zit er helemaal doorheen. Steeds vaker moet ik even stoppen om op adem te komen. Ik weet dat het niet ver meer is, maar ik kan het niet opbrengen om mijn ene been vóór het andere te zetten. Het laatste deel van de route gaat niet geheel volgens de regels, maar het deert mij niet meer. Hennie pakt mij bij de arm en willoos laat ik het toe. Nico komt nog met de auto aanrijden om mij op te halen en ik stap nog bij hem in ook. Zelfs die laatste twee honderd meter is mij teveel om te lopen. Maar ik ben binnen en de klok wijst nog maar net half vijf. Het is vandaag beslist mijn dag niet geweest.

Quirinus Hoogland

2007-01-13 – Breda – 2e Wintersierie WIEGO

Ik moet vandaag nog eens alleen op pad en kies voor dichtbij maar toch voldoende kilometers. Het ‘miezelt’ als ik in Hemiksem vertrek, maar zie, vanaf de grens in Meer klaart de lucht een beetje uit en wordt het droog. Zou het dan toch waar zijn van dat Belgische weer?
Voor het eerst stuurt de routeplanner mij van Galder over Ulvenhout naar Ginniken. Het plannetje klopt niet helemaal maar met mijn opgebouwde terreinkennis is dit wel een heel eenvoudige route. Op het plein bij het startlokaal heel wat auto’s met Belgische nummerplaat, mooi zo.

Omstreeks 9:15 ga ik op pad. Even terug wennen aan de kleurenvlakken die de pijlen vervangen. Het is geruime tijd straatjes lopen om de stad uit te geraken. De woonwijken veranderen gaandeweg van oud naar nieuw. In de buurt van de Bavelse molen steken we de autoweg over en meteen na industriezone ‘De Bunder’ lopen we tussen weiland en boerderijen. Met een wijde boog draaien we om een grasheuvel (oude stortplaats ?) en lopen richting Dorst. De 25 en 40 km draaien randje dorp links weg en hebben een eindje verder hun eerste rustpost bij een schuurtje achter een woonhuis. Tot nog toe 7 km beton gelopen, het gaat mij helemaal niet lekker, lijkt of ik weinig zuurstof krijg.

Een koffietje en sms naar het thuisfront later, ga ik weer op pad. Lopen een drukke spoorbaan over (moet lachen met die korte ting-ting-ting) en dan meteen de natuur in, eindelijk! Vanaf nu wordt het boslopen over zand- en fietspaden. Naaldbomen en berk wisselen elkaar af. Lopen even parallel met de snelweg bij tankstation Kalix Berna maar draaien dan de Baronie Dorst in. Passeren een golfterrein en enkele boerderijen om opnieuw het bos in te duiken. Ik loop hier helemaal alleen, in de verte nog twee wandelaars. Men enige directe gezellen zijn vinken en een eenzaam tokkelende specht (tok, tok – iemand thuis? – mjam, mjam) Dit pad blijkt Honderd Bunderweg te noemen. Zal wel want er komt geen einde aan. Gelukkig kunnen we genieten van fraaie groenkleurige vennen en open ruimtes rechts van ons. We steken de open zandvlakte over en duiken opnieuw de naaldbossen in. Het wordt keren & draaien over paden en paadjes, er vliegt ook wat hemelvocht. Bij de Vijftig Bunderweg naderen we Dorst. Ik bemerk in het dorp de eerste timide krokussen van dit kalenderjaar. Nog wat straatjes en we hebben er 20km opzitten. In de vrijwel verlaten zaal staat Louis uit Wechel vertrekkensklaar. Even een woordje wisselen, ik ben aan een pauze toe.

We verlaten het stille dorp langs de omgekeerde weg van vorig jaar. Moeten een tijdje over een fietspad parallel een drukke baan en duiken bij de Breedvenweg opnieuw het bos in. Dan weer noemt het hier Militair Domein Vijf Eiken, dan weer Baronie Dorst. Het is in elk geval heerlijk wandelen midden het soms donkere naaldbos met plots een ruime open heideplek. Bereiken opnieuw de openbare weg die we een eind volgen rond het militaire domein. Een laatste keer slingeren door de Baronie, met wel erg weinig markeringen, en daar is de rustpost. Een bekertje bouillon gaat er gretig in, nog 12 km.

We lopen eerst dwars door een verlaten golfterrein en kiezen daarna voor de open ruimte. Er staat aardig wat wind. Ik loop nu in het gezelschap van een andere WS fanaat. Bereiken samen Bavel en de laatste (fruit) rustpost. Het appeltje laat zich smaken. Vertrekken ook weer samen en steken de autoweg opnieuw over. Krijgen nu een stukje Ulvenhoutse bos onder de sloffen geschoven. Ontwijken netjes de zwaarste blubberstroken. Lopen Ginniken binnen bij fraaie huizen en kasteeltjes. Mogen nog even genieten van de schitterende Markvallei. Deze 40km zitten er weer op. Ondanks de eerste 7 betonkilometers was dit een mooie tocht. Het is lekker wandelen bij WIEGO, zeker weten.

2007-03-03 – Breda – 4de Winterserie WIEGO

Bron  wandel verslag: http://quirinus.nww.yi.org/cgi-bin/wnd_versl.pl?action=verslag&verslag=Breda030307.txt&fot
Terwijl de regen naar beneden gutst en de windwaarschuwingen de ether door vliegen, staat om acht uur Theo voor de deur om ons op te halen voor een wandeltochtje in Breda.Bezorgd om zoveel overmoed worden we uitgezwaaid tot we de hoek omslaan en begeven we ons in het zaterdagverkeer dat ons zonder verdere problemen, maar met veel stuurmanskunst van Theo, naar de startplaats leidt.

De ontvangst in het knusse en goed warm gestookte zaaltje aan de Viandenlaan is zoals altijd ontroerend.We staan als haringen in een ton op elkaar gepakt, want een ieder vermijdt het om zich naar buiten te begeven.We kunnen ons nog lang genoeg door wind en regen heen worstelen.

Maar als het tegen negenen loopt, is het gedaan met de lijdzaamheid en dringen de wandelaars zich door de deur naar buiten en gaan met of zonder routebeschrijving het ongewisse avontuur tegemoet.Het heeft meer weg van een carnavalsoptocht, want sommigen zijn wel erg pessimistisch wat het weer betreft en hebben zich als een soort buitenaardse wezens in de kleren gestoken..

Met het hoofd gebogen tegen de felle wind en de regen striemend in het gelaat gaan wij met ons ploegje achter de koplopers aan om na een tiental minuten in de beschutting van het grote bos te komen.Het is haast een wonder, zoveel verschil, liepen we ons eerst nog enigszins te verbijten, nu uiten we onze tevredenheid over de keuze van Breda.Het regent nog steeds, maar van de wind hebben we geen last meer.Die giert door de toppen van de bomen en doet ons geen kwaad.

We zijn met z’n zevenen, Heine is in “de Schuttershof” achtergebleven en heeft voor een kortere afstand gekozen, en blijven bij elkaar in de buurt.Ook Bram gedraagt zich vandaag sociaal en laat het hardlopen aan de hazen over.Het bos is ons natuurlijk bekend van vorige gelegenheden, maar vandaag zien we het in een ander daglicht.Hele percelen bosgrond zijn door de overvloedige regen ondergelopen en doen mij denken aan de mangrovewouden in tropische streken.Alleen de temperatuur lijkt er niet op.Het regenwater dat langs de hals naar binnen sijpelt doet mij rillen en ook de onbeschutte handen hebben te lijden van het ijskoude water.

Ondanks al het ongemak klagen we niet en nu we eenmaal “A” gezegd hebben, zullen we doorgaan totdat “B” erop volgt.En mochten we gedacht hebben dat wij de enigen zijn, dan hebben we de plank behoorlijk mis geslagen, want de Brabanders zijn geen watjes en laten zich door het weer niet opzij zetten.Hele horden zwaar hijgende joggers doen hun best om tijdens de vastentijd net dat kilootje meer kwijt te raken.De ondanks de kou spaarzaam geklede dames pronken in hun interlockjes met hun figuur.We komen ze overal tegen.

Toch mogen we over het parcours niet klagen.De paden zijn redelijk goed te begaan en tegen de tijd dat we het bos weer uitkomen, is de regen opgehouden met plenzen.

In de wagenrust worden we door de dames van WIEGO verwend met een warme drank en een vrolijke lach alvorens we het stuk met tegenwind opgaan.De natte kleding plakt aan het lijf en de snijdende wind gaat er dwars doorheen.De koude rillingen overheersen, maar toch heb ik een warm gevoel van binnen.Met mijn vrienden om mij heen moet het mij lukken om de eindstreep te halen.

Het angelus heeft al een tijdje geleden geslagen als we bij de grote caférust, halverwege, aankomen.De hete thee en de liefdevol meegekregen boterhammetjes geeft mij nieuwe energie.Ik heb het even moeilijk gehad, maar de opbeurende woorden van mijn maatjes, helpen mij erover heen en na de rust ga ik dan ook weer vrolijk verder.

De regen is zo waar opgehouden, maar de wind waait onverminderd voort.Bij het kruisbeeld doe ik een vluchtig schietgebedje en daarna weer met versnelde pas verder.Het bos geeft zo nu en dan verlichting.En dan is daar zomaar ineens de zon die een kijkje op ons gezwoeg komt werpen.Ook de vogeltjes komen nu tot leven en vliegen af en aan met materialen voor hun liefdesnestje.En nu valt het mij op dat de natuur al druk bezig is met het voorjaar.De struiken botten al uit en hier en daar staan al rozen en andere bloemen in bloei.Het is een wonderlijke wereld.

Na een poos, bij de Hellegatweg, krijgen we bouillon aangeboden en in de luwte van deze schuur is het een goed moment om op adem te komen.Met nog tien kilometer te gaan trekken we verder om een klein uurtje later bij de wederhelft van de “bouillonman” van een appeltje te worden voorzien.Deze goedlachse dame houdt ons langer op dan de bedoeling is, maar zo’n extra rustpauze is mooi meegenomen.

We vervolgen onze route en gaan nu op het einddoel aan.Ik heb behoefte om alleen te zijn met mijn gedachten en zonder mij van de groep af.De vermoeidheid na een drukke week komt om de hoek kijken en ik verlang dan ook naar het einde.

Even verder haal ik Bram en Johan in die staan te treuzelen.Moeten we hier nu rechts of linksaf?Bram is resoluut en zegt:”Links”.Wij volgen gedwee en lopen met hem dus prompt verkeerd.Maar na een poosje zien we onze fout in en keren op onze schreden terug om alsnog de goede kant op te gaan.

Veel te laat, maar niettemin gelukkig om het slagen, komen we “de Schuttershof” om tien voor vijf weer binnen.Heine,zit al enkele uren op ons te wachten en is ongerust over ons lange wegblijven, maar zijn gezicht klaart op als hij ons ziet binnenstappen.

We hebben weer een lekker dagje buiten gehad en hebben de zware tocht toch maar weer mooi volbracht.De voldoening straalt van onze gezichten en we zijn het er unaniem over eens dat het bij WIEGO goed toeven is.

Met dank aan alle mensen die eraan meegewerkt hebben om deze tocht tot een succes te maken, besluit ik dit verslag en spreek de hoop uit er volgend seizoen weer bij te mogen zijn.

Quirinus.