2012-01-07 oliebollentocht deel 2

 

Weersverwachting speelde Oliebollentocht parten

Zaterdag 7 januari 2012 organiseerde WIEGO haar 42e Oliebollentocht met 242 deelnemers. Dat was minder dan waarop was gehoopt. Maar het weer was de voorafgaande week nogal aan de natte kant geweest en de verwachting sprak van buiten op de dag van organisatie. Met dan in gedachte viel de opkomst nog mee. De weersverwachting zat er, voor wat betreft Breda en omgeving, goed naast. Het bleef een droge dag met een flauw zonnetje. En de deelnemers hadden het naar hun zin en kwamen terug met lovende woorden over het parkoers en de organisatie. Vooral toen ze ook nog eens een zakje oliebollen kregen en een consumptie. De oliebollen werden, zoals altijd, bij ons bestuurslid Bep v.d. Westen thuis gebakken en in de zakjes verpakt. De oliebollenbakkers hadden weer een deel van hun nachtrust opgeofferd, waardoor de oliebollen er al waren toen de eerste wandelaars terugkwamen. En iedereen was zeer te spreken over de oliebollen, én over de consumptie, én over de tocht. Uiteraard hebben de 20 medewerkers daaraan hun steentje bijgedragen en wij zijn hen dan ook zeer dankbaar.

De route van de Oliebollentocht liep deels door het Mastbos, deels door het Ulvenhoutsebos, langs het landgoed Wolfslaar, over de Bieberg, langs de rivier De Mark en door het Laurenspark. De centrale rustplaats was voor alle afstanden (uitgezonderd 5 km) in Ulvenhout bij Café Christianen. De start en finish uiteraard in het clubgebouw van Handboogschutterij “Prins Hendrik” aan de Viandenlaan in de Bredase wijk Ginneken.

De deelnemers kwamen natuurlijk niet alleen uit Breda of de naaste omgeving. En het waren uiteraard ook niet alleen leden van WIEGO die meeliepen.

 

2012-02-11 Snerttocht

 

Snerttocht was weer geslaagd

Onze 21e Snerttocht te Prinsenbeek was dit jaar een week voor carnaval, namelijk op 11 februari 2012. Dus toch een wat carnavaleske datum. Totaal kwamen er 359 wandelaars. Het was een prima wandeldag. De vorst zat nog in de grond, dus geen modderige of ondergelopen bospaden. Ook de zon liet zich zo nu en dan zien en het was toch niet te koud. Het enige wat de lopers tegen viel was het ontbreken van de sneeuw op de boomtakken. Maar ja, daar kunnen wij ook niets aan doen. De wandelaars waren na afloop over het algemeen zeer tevreden. De lekkere erwtensoep (en ook de tomatensoep) speelde daarbij ook een rol. En ook de prijzen van de consumpties vond men heel schappelijk. Er viel slechts één uitvaller te betreuren die we moesten ophalen op de rustplaats. Deze deelnemers was niet lekker geworden, maar werd door zijn medeverenigingsleden opgevangen, zodat hij na afloop toch weer redelijk opgekalefaterd in de bus stapte. Ook de 16 medewerkers zorgden voor een goede en gezellige sfeer.

Ook de hulp van Wandelverzorging “De Sprong” in de vorm van materiaal heeft bijgedragen aan de positieve waardering. En uiteraard heeft ook de directeur van basisschool “De Griffioen” zijn steentje bijgedragen door het ter beschikking stellen van de startlocatie. De route ging via de Viandendreef naar de Verloren Hoek en de Hooiberg om via de Prinsenhoeve het Liesbos te bereiken. Dit werd in diverse richtingen doorkruist om na het verlaten de rust in Prinsenbeek te bereiken. Alleen de afstand 5 km haakte af om rechtstreeks naar de finish te gaan. Na de rust gingen de overige afstanden weer naar en door het Liesbos om dit tenslotte weer te verlaten en via het Vaareind en de Westrik liep men weer door Prinsenbeek terug naar de start.

2012-02-04 3e winterserietocht deel 2

Winterserietocht van WIEGO te Breda

Het lijkt of de halve wereld heeft afgehaakt. In het knusse startlokaaltje van WIEGO zijn nog maar een paar wandelliefhebbers aanwezig als ik dik ingepakt, inclusief bontmuts en wanten, daar binnenkom. Mijn maatjes, Hennie en Bram, zitten reeds op mij te wachten. De echte diehards schrikken er volgens Frans, die ik buiten tegenkom, niet voor terug om deze kou te trotseren. Om negen uur gaan we, deze keer zonder drang, naar buiten en voelen, na de warmte van binnen, de ijzige kou op ons neerkomen. De wereld om ons heen is in een maagdelijk witte deken gehuld. Zelfs de straten, die ons onder andere omstandigheden met lichte walging zouden vervullen, zijn schoon om aan te zien. Menige foto wordt dan ook geschoten om dit vast te leggen voor thuis en het nageslacht. Bram maant ons van meet af aan om op te schieten, want zoals altijd heeft hij haast. Zelf denk ik dat het hem steekt dat een dorpsgenoot hem in rap tempo voorbij streeft. Het is niet anders. Hij heeft beloofd om bij ons te blijven.

Na enkele kilometers komen we in het bos en de hard bevroren klonters doen het ergste vrezen voor mijn gevoelige enkels. Bij voorbaat heb ik ze ingepakt als waren het porseleinen poppetjes. Toch doe ik uiterst voorzichtig en zie ik Bram enkele malen een ietwat geïrriteerd achterom kijken. Hij zegt niets, maar God hoort hem brommen. Gelukkig komen er een paar goedogende dames op ons pad en heeft ook Bram zijn afleiding. Ongeschonden, maar moe genoeg om wat rust te willen, komen we bij de wagenrust, waar we enigszins op verhaal kunnen komen. De thee is heet genoeg om er een goede tien minuten van te maken zonder dat het opvalt. Na de rust begeven we ons met gepaste tegenzin weer op weg. Bram is druk in gesprek gewikkeld met de dames en vertelt met verve over zijn wandelavonturen. Het valt hem niet eens op dat wij, Hennie en ik, vertrokken zijn.

Na een half uurtje, ergens op een, volgens de routebeschrijving, onverhard pad kom ik te vallen. Met een klap ga ik onderuit op een bevroren plas. De dreun is tot ver in de omtrek te horen en Hennie komt verschrikt naar mijn toestand vragen. Ik kan hem zeggen dat mijn bontmuts het meeste heeft opgevangen en dat ik niets mankeer, maar graag weer overeind zou willen komen. Met zijn hulp lukt dat en vrolijk vervolgen wij onze weg en genieten onverminderd van de winterse pracht om ons heen. Het ergste heb ik nu wel gehad, denk ik, maar voorzichtig blijf ik, want een tweede keer wil ik dit niet meemaken. In “de Leeuwerik”, een ontmoetingscentrum, ontmoet ik vandaag voor de tweede keer mijn vriendin Ilona. Zij is in de kracht van haar leven en loopt één tot anderhalve kilometer per uur sneller. Na wat gebabbeld te hebben, beginnen we aan de volgende etappe. Het is oppassen om de juiste aanwijzingen te volgen. In de schitterende zonneschijn op het winterse kleed van sneeuw vallen de gekleurde bordjes niet erg op. Maar het lukt ons om op het juiste spoor te blijven. Op de stille hard bevroren paden volgen we met het oog de wildsporen die in de oneindigheid van het landschap verloren gaan. Het lijkt of wij herten of wilde zwijnen op ons pad verwachten. Maar nee, het blijft bij een enkele vogel, die bij het neerkomen op een tak, een sneeuwbui veroorzaakt. Af en toe moet ik een traan van mijn wang vegen, die door de koude wind uit mijn oog is gelopen. Het is zwaar en ik heb bewondering voor degenen die dit veertig kilometer in hoog tempo volhouden. Maar ook wij versagen niet en gaan stug door en komen na vijf en een haf uur terug op de plek, waar we begonnen zijn. Moe, maar oh zo voldaan. Met een gevoel van trots leveren we ons startbewijs bij Bep in. Het is een schitterende dag geweest met vele hoogtepunten en geen moment hebben we spijt gehad van de beslissing om hier naar toe te gaan.

Quirinus Hoogland.

2012-02-04 3e winterserietocht

Winterweer was spelbreker bij derde Winterserietocht

Vrijdag 3 februari 2012 begon de sneeuw te vallen, maar zaterdag viel er geen vlokje. Toch was deze sneeuwval van invloed op de deelname aan onze 3e Winterserietocht. Aan deze tocht op 4 februari deden slechts 159 wandelaars mee. Waar we gehoopt hadden op een deelname tussen de 500 en 600 lopers was dat een desillusie. Wat het echter weer goed maakte was dat iedereen opgetogen terugkwam. Men was verrukt over het mooie besneeuwde landschap waar de route doorheen voerde. De sneeuw op de boomtakken, het gaf de wandelaars echt het gevoel van een winterwandeling. Daarbij kwam nog dat iedere deelnemers dit keer een appel kreeg. Omdat wij veel meer deelnemers hadden verwacht op onder meer de 25 en 40 km, waren er te veel appels, waardoor ook de wandelaars op de kortere afstanden er een konden krijgen. De 21 medewerkers die bij de voorbereiding en de uitvoering betrokken waren konden het er op deze dag dan ook enigszins van nemen.

De route voerde de wandelaars vanuit het Ginneken via het Wolfslaarpark, het Ulvenhoutse Bos, het Annabos, het Chaambos naar de eerste wagenrust aan de Chaamseweg. Hier werd koffie en thee geschonken. Daarna ging het verder langs landgoed Hondsdonk naar en over de Strijbeekse Heide en de Goudberg naar België om via de Markweg en de Meerseldreef weer bij Galder in Nederland te komen. Vervolgens werd de rivier De Mark gevolgd tot de stuw bij het Vonderpad. En vandaar ging het naar de rust in De Leeuwerik te Galder. Hier was alleen de rust voor de 25 en 40 km. Na deze rust liep men naar de Daesdonkseweg en via de buurtschap Notsel, het voormalige landgoed Luchtenburg en de Chaamseweg kwam men weer in Ulvenhout. Verder ging het nu naar de Pennendijk, waar de bouillonpost voor de 40 km was en waar ook de 20 en 25 km-lopers, gezien de temperatuur, gebruik van konden maken. Verder ging het naar de buurtschap naar Geersbroek en langs het landgoed Anneville om via het Ulvenhoutsebos Ulvenhout weer te bereiken. Hier was een tweede rust waar alle afstanden kwamen. Daarna ging de route naar het Markdal en passeerde daarbij de appelpost. Voorbij Kasteel Bouvigne liep men via het Laurenspark tenslotte terug naar de finish.

Gezien de geringe opkomst waren er deze keer geen verenigingen die meeliepen. Wel waren er leden van diverse verenigingen die individueel liepen. En uiteraard waren er de leden van onze eigen vereniging (30 in totaal). Ook waren er twee deelnemers uit België en zelfs twee wandelaars die helemaal uit Duitsland waren overgekomen. En tenslotte waren er totaal 13 leden van Wsv. Sint Jansstappers uit het Belgische Essen-Wildert, waarvan er 12 leden uit Nederland kwamen.

2012-01-07 oliebollentocht

Een kilometer of vijftien wandelen en dan een oliebol

(uit: BN/De Stem van 10 januari 2012)

Ze happen nog lekker weg in afvalmaand januari. Wandelsportvereniging WIEGO (Wandelen Is Een Gezonde Ontspanning) deelt er zo’n negenhonderd uit. Oliebollen, het laatste baksel van het jaar al weer en een beetje vet. Het mag, na vijftien of twintig kilometers wandelen. “Zelf gebakken door voormalig voorzitster Bep van der Westen”, zegt secretaris Hans van der Bruggen. “Een stevige rit, waar ze vrijdagavond aan begon. Bakken, olie verversen en weer bakken. Vervolgens drie bollen per zak in de krat en klaarzetten in het clubgebouw van Handboogschutterij Prins Hendrik aan de Viandenlaan. Het is alle moeite waard. WIEGO is geen wandelclub met een kapitaal op de bank.” De 42e Oliebollentocht trekt zaterdag zo’n 250 wandelaars. Het gros van dichtbij, maar ook afkomstig van ver in het land. Op het moment van binnenkomst van een aantal stappers krijgt Van der Bruggen een telefoontje van twee dames uit Leiden. “De TomTom in de auto geeft aan dat we om kwart over twee in Breda arriveren. Kunnen we nog twintig kilometer lopen?“ De secretaris van WIEGO adviseert er gezien de looptijd vijf minder. “Soms begrijp je niet waar ze vandaan komen”, zegt Van der Bruggen. “Jaren terug organiseerden we de Oliebollenwandeling precies op de dag van de Elfstedentocht. Er deed een man uit Leeuwarden mee. Met trein en bus gekomen en na zijn inspanning met medaille weer terug. Druk is het weekeinde van IJpelaar-bewoner Van der Bruggen. Alle routes van vijf tot en met twintig kilometer ontwerpt hij en controleert die met zijn dochter. Voor de bewegwijzering tekent een ander lid van de club. Een week eerder had zijn dochter gebeld met de mededeling dat de bus was gestopt bij de Mariakerk. Het bleek om het vehikel van de Postcodeloterij te zijn gegaan. “ja, ik heb ook een lot”, beaamt hij. En vervolgens “Nee, het prijsje verdwijnt niet in de clubkas.” Oma van Dongen, 67 jaar, wandelt met haar twee kleinkinderen Jens en Juultje. “Vijf kilometer”, zegt ze. “Zelf kan ik er veel meer, maar de tweeling is pas vier.” Jens ziet een puppy onderweg, Juultje ontdekt Americo, het witte paard van de Sint in een wei aan het Markdal. Opa Mart haalt het drietal op. “Nee, wandelen is niets voor mij. Ik heb genoeg aan mijn volkstuin. En sport is voor mij duivensport.” Diny Sacharius, 65 jaar , gaat met haar drie lentes jongere wandelmaat Kees Hertogh voor het eerste het oliebollengevecht aan. Wonen doen ze in Roosendaal. Lid zijn ze van de Sint Jansstappers uit het Belgische Essen. Na 15 kilometer Breda-Zuid, vlotjes in twee en een half uur afgewerkt, zijn ze van één ding overtuigd. “Er wonen veel rijke mensen in ’t Ginneken”, weet Diny nu. “Wat een prachtige huizen staan er hier.”

Peter van Bergen.