2011-11-19 SintNicolaastocht Dordrecht

SintNicolaastocht te Dordrecht

Remy heeft nog steeds last van zijn zere teen en laat het afweten. Ik tob met mijn geblesseerde voet in een nieuw stadium. Mijn maats kiezen voor de langste afstand van 35 km, dus zit er niets anders op dan in mijn eentje de 25 km te gaan lopen. Even heb ik nog een kleine hoop dat Bram zich bij mij aan zal sluiten, maar hij kiest voor de meerderheid en laat mij in de kou staan. Want koud is het in de ochtend van de Sint Nicolaastocht. En ook de mist spreekt in het weerbeeld een woordje mee. Maar desalniettemin gaan we om half negen van start en loopt “Het Polderwiel” leeg. Al gauw merk ik wat vrienden zijn, want binnen de kortste keren loop ik alleen. Om de pijlen te volgen is niet zo moeilijk, want er zijn er genoeg. Ook zijn er de wandelaars die voor mij uitlopen, die fungeren als wegwijzer. Eenmaal op gang, stap ik een aardig tempootje en kan ik mijn maats op een paar honderd meter volgen. Er is er geen die even naar mij omkijkt om te zien hoe of ik het rooi met mijn geblesseerde voet. Maar zonder hen red ik het ook. De natuur is nu op z’n mooist met de bomen in herfsttinten, die in de opkomende zon ons tegemoet stralen. De poldergrond ziet er vruchtbaar uit en de akkers liggen te wachten om ingezaaid te worden voor een nieuwe rijke oogst. De ganzen, in grote getale aanwezig, pikken de maïskolven leeg, die zijn achtergebleven. En de meeuwen krijsen om het hardst nu zij zich van hun maaltje beroofd zien.

Uiteraard is de route mij niet vreemd. Vele malen doorkruiste ik reeds dit gebied, steeds weer op zoek naar nieuwe paadjes voor een mogelijke wandeltocht. Maar elke keer weer wordt ik verrast door de vele mogelijkheden die dit buitengebied van Dordrecht biedt voor onze geliefde sport. Het is nog maar goed tien uur als ik bij “Sporting Delta” binnenstap en aanschuif bij mijn vrienden, die hier vijf minuten eerder zijn aangekomen. Na een wijle gerust te hebben, gaan we gezamenlijk weer naar buiten om de wandeltocht te vervolgen. We zijn niet voor lang samen, want kort na vertrek uit de sporthal scheiden zich onze wegen en gaan zij, die mij lief zijn, linksaf. Ik volg de pijlen door het bekende Dubbeldam en probeer aansluiting te krijgen bij een medewandelaar. Het lukt slecht voor een stukje, want onze tempo’s liggen te ver uit elkaar. Buiten verwachting gaat het goed met mijn voet. De druk is minder dan het geweest is en ik heb dan ook goede hoop dat ik nu het lek boven heb. Het kan raar lopen met dit soort zaken. Mede door deze goede hoop loop ik dan ook beter en sneller. Intussen is het weer helemaal opgeknapt. De zon straalt uitbundig en de laagjes kleding tegen de kou zijn nu iets teveel van het goede. Net na het middaguur passeer ik de rustplek bij “O.M.C.”. Aan rusten heb ik geen behoefte en het thuisfront lokt. Het stuk dat nu volgt is minder interessant, want ik heb nu eenmaal iets tegen industriegebieden. Het verkeer is er levensgevaarlijk en ik word dan ook bijna van de sokken gereden door een machofiguur in een dure slee. Ik ben dan ook blij als de route afbuigt naar het kilometerlange Flamingopad en vervolgens het nieuwe groen van Sterrenburg laat zien. Ik kom tot de ontdekking dat de bewoners hier lang niet slecht wonen met zoveel natuur voor de deur. Van de dijk af via de trappen brengt mij in het doolhof van erven, maar de pijlen volgend, brengt de route mij bij het eindpunt en de daar wachtende Sint met zijn gekleurde hulp. Het is tien over één.

Quirinus Hoogland

2011-11-06 Winterserietocht Waalwijk

Winterserietocht te Waalwijk

Zondag 6 november zijn Kees en ik weer naar Waalwijk gegaan met de deeltaxi omdat we om 9.00 uur wilde vertrekken voor de 30 km. Wij waren er al om 8.00 uur. Bij het startbureau aan de starttafel gaf ik door dat wij op de naam van WIEGO gingen lopen. Het is de eerste Winterserietocht van dit seizoen van Wsv. Waalwijk ’82. Het was weer een mooie wandeltocht met een afwisselend parcours. Vandaag gingen we richting Loon op Zand waar we na ongeveer 11 km de eerste rust hadden in café De Kiosk. Nu nog een kleine 20 km door een stukje Bos en Duin. Na nog wat bos- en zandpaden naar de wagenrust op rond 23 km, waarna het nog circa 8 km naar de finish was. Wij waren ruim op tijd terug. Om 14.20 uur waren wij weer binnen en om 15.45 uur gingen we met de bus van WIEGO mee naar Breda. Het was weer een mooie dag.

Inge Mol

2011-10-29 5e Snerttocht Bleskensgraaf

Met WIEGO wandelen in Bleskensgraaf

Op 29 oktober 2011was WIEGO met de bus naar Bleskensgraaf gegaan om daar met 40 wandelaars deel te nemen aan de 5e Snerttocht van wsv Nooit Gedacht uit Oud-Alblas. Om 10 uur vertrok men van uit het sport- en zalencentrum “De Spil”.

Na vertrek wandelde men langs de rivier De Graafstroom en even later bij Abbekesdoel kwam men langs een molen. Bij de Vlietweg ging het linksaf en via de Elzenweg en de Peilmolen wandelde men naar het Alblasserbos. Na door het Alblasserbos gewandeld te hebben kwam men op het eind van het pad langs het Natuur- en Vogelwachtcentrum De Alblasserwaard, om vervolgens linksaf te slaan naar Wijngaarden. Na Wijngaarden verlaten te hebben ging men via de zeer lange Wijngaardensteeg verder. Na het oversteken van de N214 was er in de Elzenstraat een rustpunt en kregen de wandelaars een kom voortreffelijke erwtensoep.

Na het rustpunt ging het weer via de Elzenweg en de weer lange Wervenkampweg naar de rivier De Graafstroom. De wandelaars gingen nu niet naar het eindpunt, maar maakten nog een ommetjes richting Molenaarsgraaf en Brandwijk langs beide kanten van De Graafstroom, om zo terug te keren naar Blekskensgraaf en het eindpunt. De tocht was mooi en het weer werkte goed mee. Het enige minpunt waren de zeer lange wegen door de polder.

Jef Maanders.

2011-10-09 Wildert

Wandelen vanuit Wildert in België

Op zondag 9 oktober 2011 nam WIEGO met 30 personen deel aan de Rose Gronontocht van Wsv. Sint Jansstappers in het Belgische Wildert (bij Essen). Er waren minder leden dan verwacht. Maar een aantal had al aangegeven liever niet op zondag te lopen. En ook was het weer en de voorspelling niet al te best. Nadat we in de Bredase wijk Belcrum moesten omrijden omdat we over het hoofd hadden gezien dat de Belcrumweg was afgesloten, kwamen we ook tot de ontdekking dat we Erna vergeten waren. Gelukkig konden wij haar nog snel ophalen. Verder verliep de busrit naar Wildert voorspoedig en om kwart voor tien stonden we al in het startlokaal (vertrek eerste opstappunt was om half negen).Bij het binnen gaan van het startlokaal liepen we ons lid Bert v.d. Made tegen het lijf, die op eigen gelegenheid naar Wildert was afgereisd. Nadat we alle leden hadden ingeschreven (ieder deelnemer krijgt in België een eigen startbewijs) en een kop koffie hadden gedronken, ging ik om even tien uur voor de 34 km op stap. De andere deelnemer op deze afstand (Ad Stevens) was inmiddels al vertrokken.

Na het verlaten van de startplaats liep men langs de kerk van Wildert en langs het kerkhof, waar de grafzerk van Rose Gronon (een schrijfster die in Wildert woonde) te zien is. Een fietspad leidde tot aan de “Verbrande Hoeve” en van daaruit volgde men het Rose Grononpad tot vlak voor de Schaapsbaan, om zo langs de Rose Gronon gedenkplaten en gedenkbank te komen. Via smalle landbouwwegen, al dan niet verhard; kwam men in de wijk Heikant van Essen, waar we een rust en controle was in de parochiezaal. Na gebruikt van het toilet en de controle ging het weer verder. Men liep door een mooie dreef langs het karrenmuseum richting “Klokhoeve”. Ook liep men tussen het sportpark en domein “De Belder”, dat enkel op verzoek met een gids is te bezoeken. Langs de Quarantainestallen, die zeker een bezoekje waard zijn en waar ook een restaurant bij is, kwam men op Nederlands grondgebied om een stukje langs “De Zoom” (een oud turfvaartkanaal) te lopen. Via het Noordeneind kwam men weer in België en bij café “Bostella” in Hoek voor een rust. Hier werd gestopt om te rusten. De koffie (maar ook de pils) kost hier slechts € 1,10.

Na deze rust maakte men een flinke lus over rustige en minder of meer verharde landbouwweggetjes en sloten we aan bij de 25 km-lopers naar de “Rommenshoef”, waar een volgende rust en controle was. Na het afstempelen van de controlekaart ging het verder langs de ernaast gelegen school en het klooster met zijn mooi beeld op de toren, gelegen temidden van de bossen. Hierna liep men door de zogeheten weekendzone, waar we kleine en nog kleinere weekendverblijven in het groen konden bewonderen. Over onverharde weggetjes deed men nog wat extra bos met buitenhuisjes en via zanderige weggetjes achterdoor kwam men terug bij de rust en controle in de Essense wijk Heikant. Hier werd nu wel gestopt om wat te drinken. Daarna ging het weer verder over rustige landbouwweggetjes en kwam men in de Wildertse Duintjes waar we een flinke lus door het mooie, bosrijke natuurgebied werd gemaakt. Ondertussen was na vertrekt uit Heikant het miezerige weer veranderd in een regenbui en moest de regenjas aan, maar gelukkig duurde dat niet al te lang. Na de Wildertse Duintjes ging men terug naar Wildert en na de spoorwegovergang bij het station en over rustig fiets- en wandelpaden werd om kwart voor vier het startlokaal bereikt. Ruim op tijd om nog wat te drinken. De bus zou ons pas om kwart over vier vertrekken. De terugreis naar Breda verliep zonder problemen en iedereen kwam met een tevreden gevoel in Breda aan.

M.E.E. Loper

2011-10-16 18e Brabantse Loopdag

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE MicrosoftInternetExplorer4

West-Brabantse Loopdag te Breda

 

Remy, van tien, is van plan om net zo’n groot wandelaar te worden als zijn Opa. En omdat je beter vroeg kunt beginnen, zijn we op zondagmorgen, als de nachtschemer nog tussen de huizen hangt, op weg naar Breda om daar zijn wandelcarrière aan te vangen. Opa heeft er niet opgerekend dat het zo druk zal zijn, dus duurt het even eer het zo ver is dat de eerste passen gezet kunnen worden. Kwart over negen om precies te zijn. Onderweg naar het bos, waarin de route grotendeels is uitgezet, geeft Opa onderricht in de markering, maar Remy gelooft het wel, hij is al haast met de finish bezig.

We volgen de rode, gele en witte bordjes en houden intussen ook de beschreven route scherp in de gaten. Verdwalen is één ding, maar verdwalen in een bos is een ander. Parmantig stapt de jongen naast zijn Opa voort en vraagt honderduit over eventuele blessures en andere ongemakken. Hoe moet het als hij onverwacht uitvallen moet? Opa stelt hem aan alle kanten gerust en Remy verlegt zijn aandacht nu op het parkoers. Wat is dit en waarvoor dient dat? Opa weet overal raad op. Na een kilometer of drie geeft Remy aan dat hij nu toch wel aan rusten toe is en hij zijgt op een omgewaaide boomstam neer, haalt de door Oma meegegeven stroopwafels tevoorschijn en begint heerlijk te smikkelen. Laat de boeren maar dorsen zal hij gedacht hebben. Opa staat geduldig te rillen in de frisse ochtendlucht. De dauw staat dik op het gras en van de koeien in de wei is slechts de bovenkant te zien.

De tocht wordt vervolgd, maar eerst moet er nog een der koeien geaaid worden. Voorzichtig en wat omslachtig kruipt Remy onder het prikkeldraad door en loopt op het vee, dat nieuwsgierig toekijkt, af. De beesten, kennelijk niet gewend aan menselijk gedrag, gooien hun konten de lucht in en met de staarten omhoog gaan ze er vandoor. Ook de stuwen in de beek trekken Remy’s aandacht. Hier moet hij het fijne van weten. Opa, gewend aan flink doorstappen, weet niet wat hij eraan heeft. Zo schiet het niet op natuurlijk. Maar ach, het is voor het goede doel, dus laat hem maar.

Ruim anderhalf uur doen we erover om bij de wagenrust te komen. Het valt Remy tegen dat er geen zitplaatsen zijn, dus dan maar verder zonder rusten. Bij punt 40 is een zandvlakte en daar is ongetwijfeld wel een bank of iets dergelijks. Maar voor het zo ver is, beleven we nog een spektakel van een colonne motorrijders die met donderend geraas langs denderen. Het moeten er minstens vijftig geweest zijn. Op de zandvlakte vinden we een picknicktafel, smerig weliswaar, maar als je moe bent, kijk je niet zo nauw, waar we een kwartiertje of meer, van onze rust genieten. De kleine jongen verbaast zich erover dat er zo velen zijn, die Opa kennen. Elke keer schalt er een groet door het bos of wordt er een hand opgestoken. Het doet hem kennelijk deugd en hij groet net zo vrolijk terug. Het lopen gaat steeds langzamer en op het laatst zit er geen gang meer in. Opa is de wanhoop nabij. Wordt dit nog wat vandaag of moet er een punt achter gezet worden? Maar dan…. als er een meisje van ongeveer Remy’s leeftijd voorbij stiefelt en zo te zien nog geen greintje vermoeid is, krijgt Remy ineens een opkikker en gaat er vandoor met zo’n vaart dat zelfs Opa met al zijn ervaring ver achter blijft. Niet eerder dan bij café “Dennenlucht”, waar hij staat te wachten, worden de twee herenigd. Een appelpunt met slagroom gaat er wel in en als dat op is, wordt er plaats gemaakt voor andere wandelaars en gaan we aan het laatste stukje beginnen.

Remy is er inmiddels van overtuigd dat hij de finish gaat halen en van vermoeidheid is even niets te merken. Hij huppelt van de ene kant naar de andere en elke plas wordt een uitdaging. Met een aanloop springt hij over de grootste plas en ook de slagbomen neemt hij met een hupsakee. In elk gat ziet hij een hol van het een of andere wild dier en met kop en oren duikt hij erin. Dat gaat lekker zo, de routepunten vliegen aan ons voorbij. Maar dan… is het afgelopen. We missen punt 89, een afslag naar links en verliezen het oog op de route. We lopen op het geluid van het verkeer af, ergens in de verte. En… of de duvel ermee speelt, Remy is op en versleten. Hij sleept zich voort en heeft alle lust verloren. Er volgen bomen en nog eens bomen en weer bomen, maar eindelijk is daar de verkeersweg. We zijn flink afgedwaald en moeten een heel eind terug. Het gaat langzaam, maar we komen er. Vijf over half twee stappen we bij “Sprint” binnen. Remy heeft zijn medaille verdiend, dat is zeker.

Quirinus Hoogland